أهم 3000 كلمة هولندية
bijwoord dat onzekerheid of mogelijkheid aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Misschien komt ze morgen.
• Dat is misschien een goed idee.
zeker geeft zekerheid of bevestiging aan
bijwoord
أمثلة:
• Ik ben er zeker van dat hij gelijk heeft.
• Ze komt zeker op het feest.
bijwoord dat aangeeft dat iets nagenoeg of bijna het geval is maar niet helemaal
bijwoord
أمثلة:
• Ze is bijna klaar met haar scriptie.
• Het is bijna middernacht.
volwassen vrouwelijk persoon
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Er is een vrouw aan de deur.
• Zijn vrouw werkt als arts.
een groep mensen die door bloedverwantschap of huwelijk met elkaar verbonden zijn
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze brengt de feestdagen door met haar familie.
• De hele familie was aanwezig bij de bruiloft.
het getal dat volgt op één en voorafgaat aan drie
telwoord
أمثلة:
• Er staan twee stoelen aan de tafel.
• Ze heeft twee zussen en een broer.
het getal dat volgt op twee en voorafgaat aan vier
telwoord
أمثلة:
• Ze heeft drie katten.
• Het duurt nog drie dagen.
bijwoord dat een hoge mate aanduidt, of bijvoeglijk naamwoord dat volledigheid aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze is heel vriendelijk tegen iedereen.
• Hij heeft de hele dag gewerkt.
bijwoord dat vanzelfsprekendheid benadrukt, of bijvoeglijk naamwoord dat iets uit de natuur aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Natuurlijk kan ik je helpen.
• Ze gebruikt alleen natuurlijke ingrediënten.
een verzameling van webpagina's op het internet onder één domeinnaam
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Bezoek onze website voor meer informatie.
• De website is gisteren gelanceerd.
bijwoord of bijvoeglijk naamwoord dat een grotere hoeveelheid of mate aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze heeft meer geduld nodig.
• Ik wil meer weten over dit onderwerp.
bijwoord van ontkenning dat aangeeft dat iets niet het geval is
bijwoord
أمثلة:
• Ik ga vandaag niet naar school.
• Dat klopt niet helemaal.
partikel dat samen met een werkwoord een infinitief vormt, of een bijwoord dat 'in te grote mate' aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Hij probeerde te slapen maar kon niet.
• Het is te warm om buiten te werken.
koppelwerkwoord dat een toestand, hoedanigheid of identiteit uitdrukt
werkwoord
أمثلة:
• Hij is dokter van beroep.
• De kinderen zijn moe na een lange dag.
bijwoord dat aangeeft dat een toestand of handeling voortduurt of aanvullend is
bijwoord
أمثلة:
• Ze slaapt nog, wakker haar niet.
• Wil je nog een kopje koffie?
werkwoord dat bezit, beschikking of een hulpwerkwoordfunctie uitdrukt
werkwoord
أمثلة:
• Wij hebben een grote hond.
• Ze heeft haar huiswerk al gemaakt.
bijwoord dat aangeeft dat iets eerder is gebeurd dan verwacht of reeds het geval is
bijwoord
أمثلة:
• Ben je al klaar met eten?
• Ze is al vertrokken voordat ik aankwam.
bijwoord dat een manier, mate of overeenkomst uitdrukt
bijwoord
أمثلة:
• Doe het zo, dan gaat het makkelijker.
• Hij is zo moe dat hij niet meer kan denken.
werkwoord dat een overgang naar een nieuwe toestand of hoedanigheid uitdrukt
werkwoord
أمثلة:
• Ze wil later dokter worden.
• Het wordt steeds warmer buiten.
bijwoord dat bevestiging, toegeving of nadruk uitdrukt, soms als tegenstelling tot 'niet'
bijwoord
أمثلة:
• Ik heb het wel geprobeerd, maar het lukte niet.
• Dat is wel een mooie oplossing.
bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat een grote hoeveelheid of mate aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Er zijn veel mensen op het plein.
• Ze heeft veel ervaring met dit werk.
bijwoord dat het huidige moment aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Wat doe jij nu?
• Nu is het tijd om te beginnen.
vragend bijwoord dat naar de manier of wijze vraagt
bijwoord
أمثلة:
• Hoe gaat het met jou?
• Ik weet niet hoe ik dit moet oplossen.
tijdseenheid van twaalf maanden of 365 dagen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze woont al vijf jaar in Amsterdam.
• Vorig jaar was de zomer erg warm.
vragend bijwoord dat naar een plaats vraagt
bijwoord
أمثلة:
• Waar ben jij naartoe gegaan?
• Ik weet niet waar hij woont.
bijvoeglijk naamwoord dat een positieve kwaliteit, correctheid of deugdzaamheid aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft een goed resultaat behaald op haar examen.
• Hij is een goede vriend voor mij.
werkwoord dat beweging van een plaats naar een andere aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• We gaan morgen naar het strand.
• Hoe gaat het met je?
werkwoord dat het verrichten van een handeling of activiteit aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Wat doe jij dit weekend?
• Ze doet haar best op school.
bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft dat iets of iemand verschilt van het eerder genoemde
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Er zijn andere manieren om dit probleem op te lossen.
• Ze wil graag andere mensen leren kennen.
bijwoord van plaats dat verwijst naar de plek waar de spreker zich bevindt
bijwoord
أمثلة:
• Kom hier, ik wil je iets laten zien.
• Hier is het altijd druk op vrijdag.
werkwoord dat het vervaardigen, produceren of veroorzaken van iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Hij maakt elke dag zijn bed op.
• Ze maakt prachtige schilderijen.
bijwoord dat herhaling of terugkeer aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Hij is weer terug van vakantie.
• Ze begon weer opnieuw na haar mislukking.
werkwoord dat het waarnemen met de ogen of het begrijpen van iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ik zie een grote vogel in de boom.
• Ze wil haar vrienden graag zien.
rangtelwoord dat de positie voor alle anderen in een reeks aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze was de eerste die aankwam.
• Het eerste hoofdstuk van het boek is erg boeiend.
bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat echtheid, authenticiteit of grote mate aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Dit is een echt gouden ring.
• Ze is echt blij met haar cadeau.
bijwoord van plaats dat verwijst naar een plek op afstand van de spreker
bijwoord
أمثلة:
• Kijk, daar staat de kerk.
• Hij woont daar al tien jaar.
tijdseenheid van vierentwintig uur, of de periode van licht tussen zonsopgang en zonsondergang
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Het was een mooie, zonnige dag.
• Ze werkt vijf dagen per week.
de voortschrijdende stroom van gebeurtenissen, of een bepaalde periode daarbinnen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ik heb geen tijd om nu te praten.
• Ze heeft veel tijd besteed aan haar studie.
werkwoord dat beweging naar de spreker of een aangewezen plek aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze komt morgen bij ons eten.
• Wanneer kom jij naar Nederland?
het bestaan van een levend wezen, of de totale duur van iemands bestaan
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft een gelukkig leven geleid.
• Het leven in de stad is heel anders dan op het platteland.
bijwoord dat aangeeft dat iets in alle omstandigheden of voortdurend het geval is
bijwoord
أمثلة:
• Ze is altijd vriendelijk tegenover iedereen.
• Hij zorgt er altijd voor dat hij op tijd is.
werkwoord dat toestemming geven, iemand iets laten doen of nalaten uitdrukt
werkwoord
أمثلة:
• Ze laat haar kinderen zelf beslissen.
• Laat me even nadenken.
vragend bijwoord dat naar de reden of oorzaak vraagt
bijwoord
أمثلة:
• Waarom ben je zo laat?
• Ik begrijp niet waarom ze dat heeft gedaan.
bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat normaliteit, alledaagsheid of simpelheid aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Het is een gewone dag, niets bijzonders.
• Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
een volwassen mannelijk persoon
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De man loopt door het park.
• Hij is een vriendelijke man.
bijwoord dat terugkeer naar een eerdere positie of toestand aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze is terug van haar vakantie.
• Ga terug naar je kamer.
bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft dat iets na het verwachte of afgesproken tijdstip plaatsvindt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• De trein is laat, we moeten wachten.
• Ze werkt altijd laat en komt pas om middernacht thuis.
tijdseenheid van zestig minuten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De vergadering duurt twee uur.
• Hij werkt acht uur per dag.
bijwoord dat voortduring of herhaling aanduidt, soms met toenemende intensiteit
bijwoord
أمثلة:
• Het wordt steeds warmer in de zomer.
• Ze vraagt steeds hetzelfde.
bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft dat iets aan de persoon zelf toebehoort of kenmerkend voor hem is
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft haar eigen appartement.
• Hij werkt liever op zijn eigen manier.
verharde of onverharde strook land bestemd voor verkeer, of bijwoord dat verwijdering aanduidt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De weg naar de stad is afgesloten.
• Hij is weg, je kunt hem nu niet bereiken.
bijwoord of voorzetsel dat een positie aan de binnenkant of binnen een bepaalde termijn aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Kom binnen, de deur staat open.
• We moeten dit binnen een week afmaken.
bijwoord dat aangeeft dat iets op geen enkel moment heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden
bijwoord
أمثلة:
• Hij is nooit te laat voor zijn werk.
• Ik heb dit boek nooit gelezen.
het getal 1, of het lidwoord dat een enkelvoudig onbepaald object aanduidt met nadruk op uniciteit
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Er is maar één oplossing voor dit probleem.
• Ik heb één broer en twee zussen.
een bepaalde hoeveelheid van iets dat geteld kan worden
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Er is een groot aantal mensen aanwezig.
• Het aantal auto's op de weg neemt toe.
werkwoord dat het overdragen of verstrekken van iets aan iemand aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze geeft haar man een cadeau.
• De leraar geeft uitleg over het nieuwe onderwerp.
bijwoord dat aangeeft dat twee of meer personen of dingen gezamenlijk iets doen of zijn
bijwoord
أمثلة:
• Ze gaan samen op vakantie.
• We kunnen dit probleem beter samen oplossen.
werkwoord dat het aantreffen van iets of het hebben van een mening aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ik kan mijn sleutels niet vinden.
• Wat vind jij van dit plan?
bijvoeglijk naamwoord of bijwoord dat een grote snelheid of korte tijdsduur aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze rijdt snel op de snelweg.
• Hij heeft een snelle computer.
een gedeelte of onderdeel van een geheel
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Een groot deel van de bevolking stemt niet.
• Het eerste deel van het boek is het spannendst.
een gebouw dat als woning dient
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze wonen in een groot huis.
• Het huis heeft drie slaapkamers.
bijvoeglijk naamwoord dat de positie aan het einde van een reeks of de meest recente aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Dit is de laatste keer dat ik je waarschuw.
• Heb je het laatste nieuws al gehoord?
bijvoeglijk naamwoord dat aangeeft dat iets vereist of onmisbaar is
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Heb je alles nodig voor het recept?
• Het is nodig om elke dag te oefenen.
werkwoord dat het bezitten van kennis of informatie over iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Weet jij waar mijn sleutels zijn?
• Ik weet niet wat ik moet doen.
werkwoord dat het ontvangen of verwerven van iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze krijgt morgen haar resultaten.
• Hij heeft een nieuwe baan gekregen.
bijwoord of voornaamwoord dat alle personen of zaken in een groep aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze zijn allemaal uitgenodigd voor het feest.
• Dat is allemaal goed en wel, maar wat nu?
vergrotende trap van 'goed'; van hogere kwaliteit of meer herstel na ziekte
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze voelt zich vandaag beter dan gisteren.
• Dit restaurant is beter dan het andere.
bijwoord dat een hoge mate aanduidt, of bijvoeglijk naamwoord dat iets ergs of vervelends aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Dat is erg jammer van je.
• Ze is erg moe na de lange reis.
werkwoord dat een verticale positie op de benen aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze staat al een uur in de rij.
• Er staat een fiets voor de deur.
werkwoord dat het uiten van woorden of het mededelen van iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Wat wil je daarmee zeggen?
• Ze zei dat ze morgen komt.
een afgebakend grondgebied met eigen bestuur en bevolking; natie
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Nederland is een klein land met veel inwoners.
• Ze woont al jaren in een ander land.
het woord of de woorden waarmee een persoon, dier, ding of concept aangeduid wordt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Wat is uw naam?
• De naam van de straat is Kalverstraat.
een grote en dichtbevolkte nederzetting met stedelijke voorzieningen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Amsterdam is de grootste stad van Nederland.
• Ze woont liever in een stad dan op het platteland.
werkwoord dat het vasthouden, bewaren of affectie voor iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze houdt van haar kinderen.
• Hij houdt de deur open voor haar.
werkwoord dat het voortduren van een toestand of het niet weggaan aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze blijft vanavond thuis.
• Het weer blijft de hele week slecht.
bijwoord dat bereidheid, voorkeur of vriendelijk verzoek aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ik drink graag koffie 's ochtends.
• Mag ik graag een glas water?
bijwoord dat voortzetting, grotere afstand of verdere ontwikkeling aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• We moeten verder gaan met het werk.
• Verder had ik niets meer te zeggen.
vragend bijwoord dat naar het tijdstip van een gebeurtenis vraagt
bijwoord
أمثلة:
• Wanneer kom je naar huis?
• Ik weet niet wanneer ze vertrekt.
overtreffende trap van 'goed'; van de hoogste kwaliteit of waarde
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Dit is het beste restaurant in de stad.
• Ze is de beste studente van haar klas.
bijvoeglijk naamwoord dat een grote lengte of lange tijdsduur aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft lang haar.
• Het was een lange reis van tien uur.
bijwoord dat de huidige dag aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Vandaag is het mooi weer.
• Ze heeft vandaag een belangrijke vergadering.
werkwoord dat het stellen van een vraag of het verzoeken om iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze vroeg hem om hulp.
• Mag ik iets vragen?
bijwoord dat aangeeft dat iets voor alles andere plaatsvindt
bijwoord
أمثلة:
• Eet eerst je groente op.
• Ze wilde eerst nadenken voor ze antwoordde.
een zin of uitdrukking waarmee om informatie, uitleg of een antwoord wordt gevraagd
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Mag ik een vraag stellen?
• Ze kon de moeilijke vraag niet beantwoorden.
bijvoeglijk naamwoord of werkwoordsvorm die aangeeft dat iets in gebruik is genomen of eerder gebruikt is
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Hij heeft een gebruikte auto gekocht.
• Dit gereedschap wordt veel gebruikt in de bouw.
de aarde met al haar bewoners en landen, of het geheel van menselijke beschaving
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze wil de wereld rondreizen.
• De wereld verandert snel door technologie.
bijwoord dat volledige mate of completheid aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze is helemaal klaar met haar studie.
• Dat klopt helemaal niet.
derde persoon enkelvoud van 'lijken': aanduiding van schijn of gelijkenis
werkwoord
أمثلة:
• Het lijkt me een goed idee.
• Ze lijkt op haar moeder.
een afbeelding gemaakt met een fototoestel of camera
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft een mooie foto gemaakt van de zonsondergang.
• Hij post elke dag een foto op sociale media.
het ruilmiddel in een economie, bestaande uit munten en bankbiljetten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft niet genoeg geld om een auto te kopen.
• Hij verdient veel geld met zijn werk.
bijwoord dat nadruk legt op iets dat in het bijzonder of boven alles geldt
bijwoord
أمثلة:
• Ze houdt vooral van klassieke muziek.
• Vooral 's avonds is het rustig in het park.
werkwoord dat het pakken, grijpen of in bezit nemen van iets aanduidt
werkwoord
أمثلة:
• Ze neemt elke ochtend de trein naar haar werk.
• Neem een stoel en ga zitten.
bijwoord dat een hoge frequentie van herhaling aanduidt
bijwoord
أمثلة:
• Ze gaat vaak naar het museum.
• Hij is vaak te laat voor vergaderingen.
bijvoeglijk naamwoord dat een grote omvang, grootte of betekenis aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Ze wonen in een groot huis.
• Het is een groot probleem voor de gemeente.
bijvoeglijk naamwoord dat esthetische schoonheid of aangenaamheid aanduidt
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Het schilderij is heel mooi.
• Wat een mooie dag om buiten te zijn.
een periode van zeven opeenvolgende dagen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Volgende week ga ik op vakantie.
• Ze werkt vijf dagen per week.
het ophouden van alle levensprocessen; het tegenovergestelde van leven
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De dood van zijn vader was een grote klap.
• Ze is bang voor de dood.
recente informatie over actuele gebeurtenissen die nog niet algemeen bekend is
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Heb je het laatste nieuws gehoord?
• Ze kijkt elke avond het nieuws.
verbonden met het internet; beschikbaar via internet
bijvoeglijk naamwoord
أمثلة:
• Je kunt het formulier online invullen.
• De winkel is ook online bereikbaar.
een kort tijdstip of ogenblik
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Wacht even, ik kom zo terug — het duurt een moment.
• Op dat moment besefte hij de ernst van de situatie.