de algemene stijging van het prijspeil waardoor geld minder waard wordt
zelfstandig naamwoord
例句:
• Door de hoge inflatie kunnen veel mensen zich de dagelijkse boodschappen nauwelijks meer veroorloven.
• De centrale bank verhoogde de rente om de inflatie te beteugelen.
meervoud van 'aandeel': bewijzen van deelname in het kapitaal van een bedrijf
zelfstandig naamwoord
例句:
• Ze kocht aandelen in een technologiebedrijf.
• De waarde van zijn aandelen steeg snel.
een muziekgroep; ook een strook materiaal of een autoband
zelfstandig naamwoord
例句:
• De band speelde hun nieuwe nummer.
• De band van mijn fiets is lek.
een deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan zijn aandeelhouders
zelfstandig naamwoord
例句:
• Het bedrijf keerde dit jaar een dividend van twee euro per aandeel uit.
• Veel beleggers kiezen voor aandelen met een hoog dividend als stabiele inkomstenbron.
een verzameling van iemands werk of projecten die zijn kwaliteiten en ervaring tonen
zelfstandig naamwoord
例句:
• De grafisch ontwerper stuurde zijn online portfolio mee met de sollicitatie.
• Een sterk portfolio is belangrijk voor creatieve beroepen.
de verhouding waartegen een valuta wordt omgewisseld voor een andere valuta
zelfstandig naamwoord
例句:
• Door de ongunstige wisselkoers kreeg ze minder dollars voor haar euro's.
• De wisselkoers tussen de euro en de dollar schommelt dagelijks.
de juridische toestand waarin een persoon of bedrijf niet meer in staat is zijn schulden te betalen
zelfstandig naamwoord
例句:
• Na jaren van verlies werd het bedrijf uiteindelijk faillissement verklaard.
• Het faillissement van de bank veroorzaakte een grote schok op de financiële markten.
het positieve financiële resultaat na aftrek van kosten; ook: een overwinning of voordeel
zelfstandig naamwoord
例句:
• Het bedrijf maakte dit jaar grote winst.
• Ze boekte winst in de wedstrijd.
meervoud van 'inkomen': geld dat verdiend of ontvangen wordt uit arbeid, investeringen of andere bronnen
zelfstandig naamwoord
例句:
• Haar inkomsten zijn gestegen dit jaar.
• De belastingdienst controleert de inkomsten.
datgene wat iemand heeft of in eigendom heeft; het hebben van iets
zelfstandig naamwoord
例句:
• Het huis is haar bezit.
• Hij is in het bezit van een geldig rijbewijs.
de wettelijke verplichting om verantwoording te dragen voor schade of schulden
zelfstandig naamwoord
例句:
• De aannemer aanvaardde de aansprakelijkheid voor de schade aan het naburige pand.
• Een beperkte aansprakelijkheid beschermt aandeelhouders tegen persoonlijke schulden van het bedrijf.
een persoon of organisatie die aandelen bezit in een bedrijf
zelfstandig naamwoord
例句:
• De aandeelhouders stemden op de jaarvergadering over het dividendvoorstel.
• Als grote aandeelhouder heeft hij veel invloed op het beleid van het bedrijf.
het officiële betaalmiddel dat in een bepaald land of economisch gebied wordt gebruikt
zelfstandig naamwoord
例句:
• De euro is de valuta van de meeste landen in de Europese Unie.
• Bij het wisselen van buitenlandse valuta betaal je altijd kosten.
een periode van economische teruggang waarbij de productie en werkgelegenheid dalen
zelfstandig naamwoord
例句:
• Tijdens de recessie verloren honderdduizenden mensen hun baan.
• Economen waarschuwen dat de economie op het punt staat een recessie in te gaan.
financiële steun van de overheid of een organisatie aan een persoon of instelling
zelfstandig naamwoord
例句:
• De kunstenaar ontving subsidie van de gemeente.
• De subsidie voor duurzame energie is verhoogd.
een ontoereikende hoeveelheid of een gebrek aan iets
zelfstandig naamwoord
例句:
• Er is een tekort aan verpleegkundigen in de zorg.
• Door het tekort aan water werd de oogst beschadigd.
het positieve verschil wanneer inkomsten of opbrengsten de uitgaven of behoeften overtreffen
zelfstandig naamwoord
例句:
• De overheid boekte dit jaar een begrotingsoverschot van twee miljard euro.
• Door de rijke oogst ontstond er een overschot aan graan op de markt.
een officieel onderzoek naar de financiële administratie of processen van een organisatie
zelfstandig naamwoord
例句:
• De externe accountant voerde een grondige audit uit op de jaarrekening van het bedrijf.
• Na de audit bleek dat er ernstige onregelmatigheden in de boekhouding zaten.
een natuurlijk materiaal of basismateriaal dat wordt gebruikt als uitgangspunt voor productie
zelfstandig naamwoord
例句:
• Olie is een belangrijke grondstof voor de chemische industrie.
• De prijs van grondstoffen zoals koper en aluminium schommelt sterk op de wereldmarkt.
een tussenpersoon die transacties bemiddelt, zoals de aan- of verkoop van woningen of financiële producten
zelfstandig naamwoord
例句:
• De makelaar hielp ons bij het vinden van een geschikt huis in de stad.
• Via een gespecialiseerde makelaar kochten ze aandelen op de beurs.