Begin, end, continue, change, grow and happen
13 wordsDutch (Netherlands)

/bəˈɣɪnə(n)/
iets gaan doen
werkwoord · begon, is begonnen · onscheidbaar · begin, begint; begon, begonnen; begonnen · Meestal met 'met': beginnen met iets.
Examples
op een bepaald moment starten
werkwoord · begon, is begonnen · onscheidbaar · begin, begint; begon, begonnen; begonnen
Examples
/bəˈstaːn/
echt in de wereld zijn
werkwoord · bestond, heeft bestaan · onscheidbaar · besta, bestaat, bestaan; bestond, bestonden
Examples
uit bepaalde delen zijn opgebouwd
werkwoord · bestond, heeft bestaan · onscheidbaar · besta, bestaat, bestaan; bestond, bestonden · Meestal 'bestaan uit'.
Examples
/ˈblɛikə(n)/
duidelijk worden dat iets zo is
werkwoord · bleek, is gebleken
Examples
/ˈblɛivə(n)/
op dezelfde plek zijn en niet weggaan
werkwoord · bleef, is gebleven · blijf, blijft, blijven; bleef, bleven
Examples
nog steeds in dezelfde toestand zijn, zonder te veranderen
werkwoord · bleef, is gebleven · blijf, blijft, blijven; bleef, bleven
Examples
/ˈɛində/
het laatste deel of het moment waarop iets stopt
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. einden
Examples
/ɣəˈbøːrə(n)/
plaatsvinden of voorvallen
werkwoord · gebeurde, is gebeurd · onscheidbaar
Examples
/ɔntˈbreːkə(n)/
er niet zijn terwijl het er wel zou moeten zijn
werkwoord · ontbrak, heeft ontbroken · onscheidbaar
Examples
/ɔntˈʋɪkəlɪŋ/
het proces waarin iets groeit en verandert tot iets groters of beters
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. ontwikkelingen
Examples
/proːˈbeːrə(n)/
iets doen om te zien of het lukt
werkwoord · probeerde, heeft geprobeerd
Examples
iets gebruiken of eten om te zien hoe het is
werkwoord · probeerde, heeft geprobeerd
Examples
/stɑrt/
het moment waarop een race of wedstrijd begint
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. starts
Examples
het begin van een nieuwe periode of activiteit
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. starts
Examples
/ˈstɔpə(n)/
niet langer doorgaan met iets
werkwoord · stopte, is gestopt · onscheidbaar
Examples
blijven staan en niet verder gaan
werkwoord · stopte, is gestopt · onscheidbaar
Examples
iets ergens in doen
werkwoord · stopte, heeft gestopt · onscheidbaar
Examples
/vəˈrɑndərə(n)/
iets anders maken
werkwoord · veranderde, heeft veranderd · onscheidbaar
Examples
anders worden
werkwoord · veranderde, is veranderd · onscheidbaar
Examples
/ˈvɔrmə(n)/
samen een groep of geheel zijn
werkwoord · vormde, heeft gevormd
Examples
met je handen iets een bepaalde vorm geven
werkwoord · vormde, heeft gevormd
Examples