een smalle doorloop in een huis die kamers met elkaar verbindt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De gang leidt naar de slaapkamers.
• Hang je jas op in de gang.
een voorafgaande boeking van een tafel in een restaurant of een kamer in een hotel
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ik heb een reservering gemaakt voor twee personen om acht uur.
• Zonder reservering was er geen tafel meer vrij in het restaurant.
een zacht, gevuld voorwerp om het hoofd op te leggen bij het slapen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze viel in slaap op haar zachte kussen.
• Hij had een extra kussen nodig om comfortabel te slapen.
een stuk absorberend stof om het lichaam mee af te drogen na het wassen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Na het douchen droogde hij zich af met een schone handdoek.
• Ze hing de natte handdoeken te drogen op het balkon.
de plek in een winkel waar klanten hun aankopen afrekenen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Er stond een lange rij bij de kassa.
• Ze legde haar boodschappen op de band bij de kassa.
een verblijfsaccommodatie voor betalende gasten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze boekte een kamer in een luxe hotel.
• Het hotel heeft een geweldig ontbijt.
een afzonderlijke ruimte in een gebouw, omgeven door muren
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze heeft een mooie kamer op de bovenste verdieping.
• Er zijn vijf kamers in ons huis.
de ontvangsthal bij de ingang van een hotel of groot gebouw
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Gasten kunnen in de lobby wachten terwijl hun kamer wordt klaargezet.
• De lobby van het hotel was ingericht met grote bloemen en comfortabele zitbanken.
de balie bij de ingang van een hotel of kantoor waar bezoekers worden ontvangen en geholpen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Bij aankomst meldde hij zich bij de receptie om in te checken.
• De medewerker van de receptie gaf ons de sleutel van onze kamer.
een luxe hotelverblijf dat uit meerdere kamers bestaat, zoals een slaapkamer en een woonkamer
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Het stel boekte een suite met uitzicht op de zee voor hun huwelijksreis.
• De presidentiële suite op de bovenste verdieping beschikte over een eigen jacuzzi.
de hotelservice die zorgt voor het schoonmaken en verzorgen van kamers
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De huishouding had de kamer al opgemaakt toen we terugkwamen van het strand.
• We hingen het bordje aan de deur zodat de huishouding wist dat we niet gestoord wilden worden.
een faciliteit of extra service die beschikbaar wordt gesteld voor het comfort of gemak van gasten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Het hotel bood uitstekende voorzieningen, zoals een zwembad, een sauna en gratis wifi.
• De kamer beschikte over alle nodige voorzieningen, inclusief een koffiezetapparaat en een minibar.
een openstaande functie of baan die een bedrijf wil invullen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze reageerde op een vacature voor een marketingmanager bij een groot bedrijf.
• Het bedrijf plaatste een vacature omdat er een nieuwe softwareontwikkelaar nodig was.
een medewerker van een hotel die gasten helpt met informatie, reserveringen en andere praktische zaken
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De concierge regelde een taxi naar het vliegveld voor de gasten.
• Ze vroeg de concierge om een aanbeveling voor een goed restaurant in de buurt.
een overdekt of open platform aan de buitenkant van een gebouw, bereikbaar via een kamer of woning
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze zaten elke ochtend op het balkon om te genieten van het uitzicht op de bergen.
• De kamer had een balkon waar je 's avonds de zonsondergang kon bewonderen.
Een deken om je mee toe te dekken; ook: een kerkelijke functionary
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze kroop onder de warme deken.
• De deken leidde de dienst in de kathedraal.
een gevulde, zachte onderlaag waarop je slaapt en die op een bed of frame wordt gelegd
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze kochten een nieuwe matras omdat de oude te hard was geworden.
• Een goede matras is belangrijk voor een gezonde nachtrust.
Een mechanisch apparaat om mensen verticaal te vervoeren in een gebouw
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De lift was buiten gebruik, dus namen ze de trap.
• Neem de lift naar de vijfde verdieping.
persoon die ergens te gast is of uitgenodigd is; ook informeel voor man of vent
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• We hebben vanavond een gast.
• Dat is een leuke gast.
een metalen voorwerp dat in een slot past om het te openen of te sluiten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ik ben mijn sleutel kwijt.
• Ze stak de sleutel in het slot.