Polidict Logo
افتح التطبيقتسجيل الدخول

ابقَ على تواصل

احصل على تحديثات المنتج وأخبار الميزات الجديدة.

أدخل بريدك الإلكتروني
اشترك

تواصل معنا

أبلغ عن مشاكل أو قدّم طلبًا عبر البريد الإلكتروني support@polidict.com

الصفحات

الرئيسيةمن نحنالمدونةالأسعارخارطة الطريق

المجموعات

كلمات إنجليزيةكلمات إسبانيةكلمات أوكرانيةكلمات بولنديةكلمات فرنسيةكلمات ألمانيةكلمات إيطاليةكلمات كوريةكلمات يابانيةكلمات سويديةكلمات عربيةكلمات هولنديةكلمات صينية

تابعنا

XThreadsMastodonBlueskyLinkedIn

لغة الموقع & المظهر

ar
النظام

صنع بواسطة Maksym Solomkin, © 2026

🇺🇦 Stand with Ukraine
سياسة الخصوصيةشروط الخدمة
  1. المجموعات المنتقاة
  2. أعمال
  3. التواصل التجاري

التواصل التجاري

مصطلحات التواصل المهني

متقدم
أعمال
agenda
/ˈaːxɛndaː/

een boekje of digitaal hulpmiddel voor het bijhouden van afspraken

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Ze noteert alle afspraken in haar agenda.

• De agenda van de vergadering was vol.

voorstel
/ˈvoːrstəl/

een suggestie of plan dat aan anderen wordt voorgelegd

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Zijn voorstel werd aangenomen.

• Ze deed een voorstel voor een nieuwe aanpak.

onderhandeling
/ˌɔndərˈhɑndəlɪŋ/

een gesprek of reeks besprekingen waarbij partijen proberen overeenstemming te bereiken over voorwaarden

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Na weken van onderhandeling sloten de vakbond en de werkgever een akkoord.

• De onderhandelingen over het handelsverdrag liepen stuk op meningsverschillen over tarieven.

factuur
/fɑkˈtyːr/

een document waarop staat welke goederen of diensten zijn geleverd en welk bedrag betaald moet worden

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De aannemer stuurde een factuur voor de verbouwingswerkzaamheden.

• Bewaar de factuur zodat je die kunt indienen bij de belasting.

inkomsten
/ˈiŋkɔmstən/

meervoud van 'inkomen': geld dat verdiend of ontvangen wordt uit arbeid, investeringen of andere bronnen

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Haar inkomsten zijn gestegen dit jaar.

• De belastingdienst controleert de inkomsten.

belanghebbende
/bəˈlɑŋɦɛbəndə/

een persoon of groep die een belang heeft bij of beïnvloed wordt door de beslissingen van een organisatie of project

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Alle belanghebbenden werden uitgenodigd voor de informatiebijeenkomst over het nieuwe bestemmingsplan.

• Het bedrijf raadpleegt regelmatig zijn belanghebbenden voordat het grote strategische beslissingen neemt.

strategie
/ˈstraːteːxi/

een gedetailleerd plan om een doel te bereiken

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Ze werkte een nieuwe marketingstrategie uit.

• De militaire strategie was doeltreffend.

budget
/ˈbʏdxət/

een raming of plan voor inkomsten en uitgaven voor een bepaalde periode

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Het budget voor het project is vastgesteld op een miljoen euro.

• Ze moest zuinig leven met een beperkt budget.

samenwerking
/ˈsaːmɛnʋɛrkɪŋ/

het gezamenlijk uitvoeren van werk of activiteiten

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De samenwerking tussen de twee bedrijven verliep soepel.

• Door goede samenwerking bereikten ze het doel.

delegeren
/ˌdeːləˈɣeːrən/

een taak of bevoegdheid overdragen aan een andere persoon of instantie

werkwoord

أمثلة:

• Een goede manager weet taken te delegeren in plaats van alles zelf te willen doen.

• De directeur delegeerde de verantwoordelijkheid voor het project aan een ervaren teamleider.

mijlpaal
/ˈmɛilpaːl/

een belangrijke fase of gebeurtenis in de voortgang van een project of proces

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Het afronden van de eerste testfase was een belangrijke mijlpaal voor het team.

• De fusie werd beschouwd als een mijlpaal in de geschiedenis van het bedrijf.

consensus
/kɔnˈsɛnsʏs/

een algemene overeenstemming binnen een groep over een besluit of standpunt

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Na lange vergaderingen bereikten de aandeelhouders eindelijk consensus over de nieuwe strategie.

• Het bestuur streeft naar consensus voordat er belangrijke besluiten worden genomen.

aansprakelijkheid
/ˌaːn.spraː.kə.lək.ˈɦɛit/

de wettelijke verplichting om verantwoording te dragen voor schade of schulden

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De aannemer aanvaardde de aansprakelijkheid voor de schade aan het naburige pand.

• Een beperkte aansprakelijkheid beschermt aandeelhouders tegen persoonlijke schulden van het bedrijf.

fusie
/ˈfyzi/

het samengaan van twee of meer bedrijven tot één nieuwe organisatie

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De fusie tussen de twee banken werd goedgekeurd door de toezichthouder.

• Na de fusie werden de kantoren samengevoegd en het personeel herverdeeld.

verwerving
/vərˈwɛrvɪŋ/

het overnemen van een bedrijf of activa door een andere organisatie door middel van aankoop

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De verwerving van het softwarebedrijf stelde ons in staat om ons productaanbod te verbreden.

• De raad van bestuur keurde de verwerving van de concurrent goed na maandenlange onderhandelingen.

naleving
/ˈnaːleːvɪŋ/

het naleven van regels, wetten of voorschriften door een persoon of organisatie

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De afdeling juridische zaken is verantwoordelijk voor de naleving van alle regelgeving.

• Strikte naleving van de privacywetgeving is verplicht voor alle medewerkers.

audit
/ˈɔːdɪt/

een officieel onderzoek naar de financiële administratie of processen van een organisatie

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• De externe accountant voerde een grondige audit uit op de jaarrekening van het bedrijf.

• Na de audit bleek dat er ernstige onregelmatigheden in de boekhouding zaten.

kwartaal
/kwɑrˈtaːl/

een periode van drie maanden, vaak gebruikt in financiële of zakelijke contexten

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Het bedrijf boekte goede winst in het derde kwartaal.

• De resultaten van het eerste kwartaal worden volgende week gepresenteerd.

referentiepunt
/reːˌfɛrɛntsi.ˈpʏnt/

een standaard of uitgangspunt dat gebruikt wordt om iets mee te vergelijken of te meten

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Het gemiddelde salaris dient als referentiepunt bij de onderhandelingen.

• Ze gebruikte haar vorige prestaties als referentiepunt voor verdere verbetering.

voorspelling
/ˈvoːrˌspɛlɪŋ/

een uitspraak over wat er in de toekomst zal gebeuren, in het bijzonder het weer

zelfstandig naamwoord

أمثلة:

• Volgens de weersvoorspelling zou het morgen gaan regenen.

• De voorspelling van de meteoroloog klopte precies.