een apparaat dat licht produceert, doorgaans door elektriciteit
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Doe de lamp aan, het is te donker hier.
• Er staat een sierlijke lamp op het nachtkastje.
een glad glanzend oppervlak dat het beeld van datgene wat ervoor staat weergeeft
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze keek in de spiegel.
• De spiegel hing aan de muur.
een stuk stof dat voor een raam wordt gehangen om licht of inkijk te weren
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze trok de gordijnen dicht zodat de buren niet naar binnen konden kijken.
• De ochtendzon scheen door de dunne gordijnen naar binnen.
een dikke stoffen vloerbedekking die over de gehele vloer of een deel ervan wordt gelegd
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Het rode tapijt in de woonkamer geeft de ruimte een warme sfeer.
• De kinderen speelden op het zachte tapijt.
een vlak, horizontaal bord van hout of een ander materiaal waarop producten worden neergelegd of opgeslagen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De blikken soep staan op de onderste plank in het rek.
• Ze zocht haar favoriete pasta op de plank met Italiaanse producten.
een apparaat dat de tijd aangeeft
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De klok aan de muur gaf aan dat het al middernacht was.
• Ze keek op de klok en zag dat ze te laat was.
een houder van glas of keramiek die wordt gebruikt om bloemen in te zetten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze zette de tulpen in een glazen vaas.
• De vaas op de tafel is gevuld met verse bloemen.
een schoonmaakgereedschap met een lange steel en een bos stijve haren waarmee je de vloer veegt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Hij pakte de bezem om de keukenvloer aan te vegen.
• De bezem staat in de schuur naast de deur.
een schoonmaakgereedschap met een steel en een natte doek waarmee je de vloer dweilt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze haalde de dweil over de tegelvloer om het vuil te verwijderen.
• Na het morsen pakte hij de dweil om de vloer schoon te maken.
een ronde open bak met een hengsel die wordt gebruikt om water of andere vloeistoffen te dragen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Hij vulde de emmer met water om de auto te wassen.
• De emmer staat buiten om regenwater op te vangen.
materiaal dat niet meer nodig is en weggegooid wordt
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze scheidt afval nauwkeurig.
• Er ligt veel afval op straat.
een reinigingsmiddel in vaste of vloeibare vorm dat gebruikt wordt om handen en lichaam te wassen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Was je handen altijd goed met zeep en water.
• De zeep rook naar lavendel en was heel zacht voor de huid.
een klein borsteltje op een steel dat gebruikt wordt om tanden te poetsen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Mijn tandenborstel is toe aan vervanging na drie maanden.
• Ze kocht een elektrische tandenborstel bij de drogist.
een vloeibaar wasmiddel dat gebruikt wordt om haar te reinigen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze gebruikt een shampoo speciaal voor droog haar.
• Vergeet niet de shampoo goed uit te spoelen.
een snijgereedschap met twee gekruiste messen die met duim en vingers worden bediend
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze knipte het papier doormidden met een schaar.
• Leg de schaar alsjeblieft terug in de la als je klaar bent.
een zelfklevende strook die wordt gebruikt om dingen vast te plakken of te verbinden
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Ze plakte het gescheurde papier weer samen met tape.
• Gebruik tape om de doos goed dicht te maken voor verzending.
een apparaat dat elektrische energie opslaat en levert
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• De batterij van zijn telefoon was leeg.
• Ze kochten oplaadbare batterijen voor de zaklamp.
een apparaat aan het einde van een snoer dat in een stopcontact wordt gestoken om stroom te krijgen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Trek de stekker uit het stopcontact als je het apparaat niet gebruikt.
• De stekker van de lamp past niet in dit stopcontact.
een apparaatje waarmee je elektriciteit aan of uit kunt zetten
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Druk op de schakelaar om het licht aan te doen.
• De schakelaar van de ventilator zit naast de deur.
een frame van plastic, hout of metaal waaraan kleding in een kast wordt gehangen
zelfstandig naamwoord
أمثلة:
• Hang je jas op een kleerhanger zodat hij niet kreukt.
• De kleerhanger brak toen ze er te veel kleding aan hing.