Увімкніть JavaScript або відкрийте цю сторінку в браузері, який дозволяє скрипти для polidict.com.
een klein, plat en knapperig gebakje gemaakt van bloem, suiker en boter
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze bakte chocoladekoekjes voor de verjaardag van haar dochter.
• Bij de thee nam hij een koekje uit de trommel.