een aromatisch kruid met groene blaadjes dat veel wordt gebruikt in de Italiaanse en Mediterrane keuken
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze scheurde verse basilicumblaadjes over de tomatensalade.
• Voor een goede pesto heb je veel basilicum nodig.
een kruid met heldergroene gekrulde of platte blaadjes dat wordt gebruikt als smaakmaker en garnering
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Hij strooide gehakte peterselie over de soep.
• Peterselie groeit goed in een pot op de vensterbank.
een kruid met fijne groene blaadjes en een kenmerkende frisse geur, veel gebruikt in Aziatische en Latijns-Amerikaanse gerechten
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De curry werd afgemaakt met een handvol verse koriander.
• Niet iedereen houdt van de sterke smaak van koriander.
een aromatisch kruid met een frisse, verkoelende smaak dat wordt gebruikt in dranken, gerechten en snoep
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze voegde een paar blaadjes munt toe aan haar thee.
• De mojito werd gegarneerd met verse munt.
een aromatisch kruid met kleine blaadjes en een licht aardse, kruidige smaak dat veel wordt gebruikt in de mediterrane keuken
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Hij wreef de kip in met tijm, knoflook en olijfolie.
• Tijm is een onmisbaar kruid in een bouquet garni.
een aromatisch, naaldbladig kruid met een krachtige, harsachtige geur dat veelgebruikt is bij vlees en aardappelen
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze legde takjes rozemarijn en knoflook bij het lamsvlees in de oven.
• De geroosterde aardappelen waren bestrooid met rozemarijn en zeezout.
een aromatisch mediterraan kruid met een warme, licht pittige smaak dat vooral wordt gebruikt in de Italiaanse en Griekse keuken
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Hij strooide gedroogde oregano over de pizza voordat die de oven inging.
• Oregano geeft tomatensaus een typisch Mediterraanse smaak.
een kruid met fijne, veervormige blaadjes en een frisse, lichtanijsachtige smaak dat vaak wordt gebruikt bij vis, aardappelen en komkommer
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De zalm werd geserveerd met een roomsaus op basis van dille.
• Ze garneerde de komkommersalade met fijngehakte dille.
een kruid met dunne, holle, groene stengels dat veel gebruikt wordt als smaakmaker in gerechten
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze strooide wat fijngehakte bieslook over de soep.
• Bieslook groeit goed in een pot op het balkon.