Eten en drinken
Food, drinks, meals, cooking and taste
14 wordsDutch (Netherlands)

/ˈdrɪŋkə(n)/
vloeistof door je mond innemen
werkwoord · dronk, heeft gedronken · dronk, dronken
Examples
/ˈeːtə(n)/
voedsel in je mond nemen en doorslikken
werkwoord · at, heeft gegeten · eet, eet, eten; at, aten
Examples
alles wat mensen en dieren nodig hebben om te leven en te groeien
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. —
Examples
/ˈɦeːrlək/
erg lekker om te eten of te drinken
bijvoeglijk naamwoord
Examples
erg fijn en prettig om mee te maken
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈkɔfi/
een warme bruine drank die je maakt van gemalen bonen
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. koffies
Examples
/ˈlɛkər/
met een goede smaak of geur
bijvoeglijk naamwoord
Examples
prettig voor je lichaam of je gevoel
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈʋaːtər/
de heldere vloeistof die je drinkt en waarmee je je wast
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. —
Examples
/broːt/
eten dat je bakt van meel, water en gist
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. broden
Examples
/vleːs/
het deel van een dier dat je kunt eten
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. —
Examples
/teː/
een warme drank van gedroogde blaadjes en heet water
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. —
Examples
/mɛlk/
witte drank die van koeien en andere dieren komt
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. —
Examples
/kaːs/
eten dat van melk wordt gemaakt, vaak geel en in plakjes
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. kazen
Examples
/ɛi/
het ronde ding met een schaal dat een kip legt en dat je kunt eten
zelfstandig naamwoord · het-woord · mv. eieren
Examples
/vɪs/
een dier dat in het water leeft en met kieuwen ademt
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. vissen
Examples
het vlees van waterdieren zoals zalm of kabeljauw, als eten
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. —
Examples
/kɪp/
een vogel op de boerderij die eieren legt
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. kippen
Examples
het vlees van een boerderijvogel die eieren legt, als eten
zelfstandig naamwoord · de-woord · mv. —
Examples