smal pad of weg voor wandelaars of fietsers; ook het pad in de informatica
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• We liepen het pad door het bos.
• Het bestandspad is lang.
het hoogste punt of uitstekend van kwaliteit
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze staat aan de top van haar vakgebied.
• Dat was echt top!
de afstand van iets tot de grond of een bepaald niveau; ook: het op de hoogte zijn
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De berg heeft een hoogte van 3000 meter.
• Ben je op de hoogte van de nieuwe plannen?
navigatie-instrument dat de richting van het magnetisch noorden aanwijst
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De wandelaar gebruikte een kompas om de goede richting te vinden in het bos.
• Vroeger navigeerden zeelieden uitsluitend op de kaart en het kompas.
Een tijdelijke schuilplaats van doek; ook: een tentoonstellingsruimte
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Ze sliepen in een tent tijdens de kampeervakantie.
• De muziekfestival werd gehouden in een grote tent.
een open vuur dat buiten wordt gemaakt, vaak bij het kamperen
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• We zaten rond het kampvuur en zongen liedjes.
• Hij maakte een kampvuur om warm te blijven in de koude nacht.
een plek waar water van een hoogte naar beneden valt, meestal in een rivier of beek
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De waterval bruiste luid terwijl het water tientallen meters omlaag stortte.
• We maakten een foto bij de waterval aan het einde van het wandelpad.
een grote, afgeronde steen die losgebroken is van een rots
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Na de storm lag er een zwaar rotsblok midden op de bergweg.
• De klimmers moesten een reusachtig rotsblok omheen trekken.
een schuin oplopend of aflopend oppervlak van een heuvel of berg
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De fietsers hadden moeite met de steile helling aan het begin van de route.
• Op de zuidelijke helling van de berg groeit er veel gras door de zon.
een lang, smal verhoogd deel van een rots of landschap
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De klimmer vond een smalle richel waar hij even kon rusten.
• Langs de kustlijn strekten zich rotsrichels uit tot ver in zee.
uitgestrekt, onbewoond natuurgebied dat nauwelijks door mensen is aangetast
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De expeditie trok wekenlang door de uitgestrekte wildernis van Canada.
• In de wildernis moet je goed opletten welke planten eetbaar zijn.
georganiseerde reis naar een afgelegen of moeilijk bereikbaar gebied met een specifiek doel
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De wetenschappelijke expeditie naar de Noordpool duurde drie maanden.
• Hij sloot zich aan bij een expeditie om de hoogste bergtop van het continent te beklimmen.
een stuk land of grond; ook: een vakgebied of domein
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Het terrein van het bedrijf is afgezet.
• Dit is terrein voor experts.
lange, inspannende wandeling door onbetreden of ruig natuurlandschap
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Na de trektocht door de bergen waren hun benen spierpijn.
• Ze maakten een meerdaagse trektocht door het Himalayagebergte.
spoor dat een voet achterlaat in zachte ondergrond, of figuurlijk de mate van impact op het milieu
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• In de modder zagen we duidelijke voetafdrukken van een groot dier.
• Het bedrijf probeert zijn ecologische voetafdruk te verkleinen door minder vlees te serveren.
optisch instrument met twee oculairen waarmee je verre objecten vergroot kunt bekijken
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Met de verrekijker kon ze de roofvogels hoog in de lucht duidelijk onderscheiden.
• Hij had altijd een verrekijker bij zich op wandeltochten om vogels te spotten.
draagbare fles voor het bewaren van drinkwater, gebruikt bij wandelen of in het leger
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• Hij vulde zijn veldfles bij de bergbeek voordat hij verder liep.
• Elke soldaat draagt een veldfles aan zijn riem.
een steile rotswand aan de kust of een bergrand
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De wandelaars stonden aan de rand van een hoge klif met uitzicht op zee.
• Door erosie brokkelt het klif langzaam af.
diepe, smalle vallei met steile rotswanden
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De rivier stroomt door een diepe kloof in de bergen.
• De wandelaars stonden aan de rand van de indrukwekkende kloof.
kleine, eenvoudige schuilplaats of woning in de natuur
zelfstandig naamwoord
Приклади:
• De bergwandelaars overnachtten in een houten hut.
• Hij bouwde een kleine hut van takken en bladeren in het bos.