Enable JavaScript or open this page in a browser that allows scripts for polidict.com.
vertrouwen hebbend in de eigen capaciteiten en oordelen
bijvoeglijk naamwoord
Examples:
• Hij stapte zelfverzekerd het podium op en hield een indrukwekkend betoog.
• Een zelfverzekerde houding helpt bij sollicitatiegesprekken.