Enable JavaScript or open this page in a browser that allows scripts for polidict.com.
een grote, holle vruchtgroente in rood, geel of groen die rauw of gebakken gegeten wordt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze sneed een rode peper in reepjes voor de wokschotel.
• De gevulde paprika's stonden al in de oven.