een grote, ronde vrucht van de kokospalm met een harde, harige schil, wit vruchtvlees en een heldere vloeistof binnenin
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij boorde een gat in de kokosnoot en dronk het kokoswater rechtstreeks.
• Geraspte kokosnoot wordt veel gebruikt in tropische desserts.