Enable JavaScript or open this page in a browser that allows scripts for polidict.com.
een klein stukje rubber waarmee je potloodstrepen van papier kunt wissen
zelfstandig naamwoord
Examples:
β’ Ze gebruikte de gum om de fout in haar tekening weg te halen.
β’ Heb jij toevallig een gum bij je? Ik heb me vergist.