Enable JavaScript or open this page in a browser that allows scripts for polidict.com.
een warme, oranjeroze kleur, vergelijkbaar met de kleur van koraalrif
bijvoeglijk naamwoord
Examples:
β’ Ze droeg een koraalgekleurde blouse die goed stond bij haar huidskleur.
β’ De zonsondergang kleurde de hemel in tinten oranje en koraal.