Polidict Logo
Open appSign in

Stay in touch

Get product updates and new feature notes.

Enter your email
Subscribe

Contact Us

Report issues or make a request by email support@polidict.com

Pages

HomeAbout UsBlogPricingRoadmap

Collections

English WordsSpanish WordsUkrainian WordsPolish WordsFrench WordsGerman WordsItalian WordsKorean WordsJapanese WordsSwedish WordsArabic WordsDutch WordsChinese Words

Follow Us

XThreadsMastodonBlueskyLinkedIn

Site Language & Theme

en
System

Made by Maksym Solomkin, © 2026

🇺🇦 Stand with Ukraine
Privacy PolicyTerms of Service
  1. Collections
  2. Food
  3. Seafood

Seafood

Fish and shellfish from the sea

Intermediate
Food
vis
/vɪs/

een koudbloedig waterlevend werveldie; ook: als voedsel

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze eten elke vrijdag vis.

• De kinderen voerden brood aan de vissen.

zalm
/zɑlm/

een grote vleesachtige vis met roze tot oranje vlees die leeft in zee en rivieren en populair is als eetvis

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze bereidt de zalm in de oven met citroen en kruiden.

• Gerookte zalm is een populair beleg op een broodje.

tonijn
/toːˈnɛin/

een grote zeevis met stevig, donker vlees die vers, gebakken of als conserve in blik wordt gegeten

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze maakte een salade met tonijn uit blik en mais.

• Verse tonijn wordt vaak als sashimi geserveerd in Japanse restaurants.

garnaal
/ɣɑrˈnaːl/

een klein schaaldier met een gebogen lichaam en lange voelsprieten dat wordt gegeten als zeevrucht

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze bestelde een garnalensalade als voorgerecht.

• Hollandse garnalen worden traditioneel gepeld en op brood gegeten.

kreeft
/kreːft/

een groot schaaldier met een hard pantser, twee grote scharen en een stevige staart, beschouwd als een delicatesse

zelfstandig naamwoord

Examples:

• In het restaurant bestelden ze kreeft als hoofdgerecht.

• Kreeft is een van de duurste zeevruchten die je kunt kopen.

krab
/krɑb/

een schaaldier met een breed, plat pantser, vier paar poten en twee scharen dat in zee of op het strand leeft

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De kinderen vingen een krab in een kuiltje op het strand.

• Krab wordt vaak gebruikt in sushi en zeevruchtensoep.