Polidict Logo
Open appSign in

Stay in touch

Get product updates and new feature notes.

Enter your email
Subscribe

Contact Us

Report issues or make a request by email support@polidict.com

Pages

HomeAbout UsBlogPricingRoadmap

Collections

English WordsSpanish WordsUkrainian WordsPolish WordsFrench WordsGerman WordsItalian WordsKorean WordsJapanese WordsSwedish WordsArabic WordsDutch WordsChinese Words

Follow Us

XThreadsMastodonBlueskyLinkedIn

Site Language & Theme

en
System

Made by Maksym Solomkin, © 2026

🇺🇦 Stand with Ukraine
Privacy PolicyTerms of Service
  1. Collections
  2. Food
  3. Nuts & Seeds

Nuts & Seeds

Nuts and seeds for snacking and cooking

Intermediate
Food
amandel
/ɑˈmɑndəl/

een eetbare noot van de amandelboom

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ik eet elke ochtend een handvol amandelen als gezond tussendoortje.

• De banketbakker gebruikt gemalen amandelen voor de taart.

walnoot
/ˈʋɑlnoːt/

een eetbare noot van de walnotenboom met een harde, gerimpelde schaal

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze voegde gehakte walnoten toe aan de salade voor een krokante bite.

• Walnoten bevatten veel omega-3 vetzuren die goed zijn voor het hart.

pinda
/ˈpɪndaː/

een peulvrucht die onder de grond groeit en als noot wordt gegeten

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De kinderen snoepten pinda's tijdens de film.

• Van geroosterde pinda's wordt pindakaas gemaakt.

cashewnoot
/ˈkæʃuːnoːt/

een halvemaanvormige eetbare noot van de cashewboom

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De roerbak bevat cashewnoten, paprika en kip.

• Cashewnoten hebben een romige smaak en worden vaak als snack gegeten.

pistache
/pɪˈstɑʃə/

een kleine groene eetbare noot van de pistacheboom, met een gespleten schaal

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze bestelde een bolletje pistache-ijs bij de ijssalon.

• De pistaches lagen gezouten in een kommetje op tafel.

hazelnoot
/ˈɦaːzəlnoːt/

een kleine ronde noot van de hazelaar, met een bruine harde schaal

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze roosterde een handvol hazelnoten in de koekenpan.

• De taart was gegarneerd met gehakte hazelnoten en pure chocolade.

sesam
/ˈseːzɑm/

een plant waarvan de kleine zaadjes worden gebruikt als ingrediënt in de keuken en voor het persen van olie

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De hamburgerbroodjes waren bestrooid met sesamzaadjes.

• Tahini wordt gemaakt van gemalen sesam.

olijf
/oːˈlɛif/

een kleine groene of zwarte vrucht van de olijfboom, gegeten als snack of gebruikt in de keuken

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze legde een handvol olijven op de pizza.

• Bij het aperitief werden olijven en kaas geserveerd.