Musical instruments and artistic terms
20 wordsDutch (Netherlands)

/ˈxitaːr/
een snaarinstrument met zes snaren dat met de vingers of een plectrum bespeeld wordt
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈpiaːnoː/
een groot toetsinstrument met snaren die worden aangeslagen door hamertjes
zelfstandig naamwoord
Examples
/drʌms/
een stel slagwerkinstrumenten bestaande uit trommels, bekkens en andere percussie-elementen
zelfstandig naamwoord
Examples
/viˈoːl/
een strijkinstrument met vier snaren dat met een strijkstok wordt bespeeld
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈzaːŋər/
iemand die beroepsmatig of als hobby zingt; een zangeres is de vrouwelijke variant
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈkɔnsərt/
een openbaar muzikaal optreden
zelfstandig naamwoord
Examples
/meːloːˈdi/
een reeks tonen die samen een herkenbaar muzikaal patroon vormen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈrɪtmə/
een regelmatig terugkerend patroon van klanken, bewegingen of gebeurtenissen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈsxɪldeːrɛi/
een kunstwerk gemaakt met verf op een doek, paneel of andere ondergrond
zelfstandig naamwoord
Examples
/skʏlpˈtyːr/
een driedimensionaal kunstwerk dat is gemaakt door te boetseren, houwen of gieten
zelfstandig naamwoord
Examples
/ɡaːləˈriː/
een ruimte of gebouw waar kunstwerken worden tentoongesteld en soms verkocht
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈteːaːtər/
een gebouw voor het opvoeren van toneelstukken; ook: het medium
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈɑktøːr/
iemand die een rol speelt in theater, film of televisie
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈpoːdiʏm/
een verhoogd platform waarop sprekers of artiesten plaatsnemen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˌreːpəˈtiː.tsi/
een oefensessie waarbij een uitvoering wordt ingestudeerd voor het echte optreden
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈpʏblik/
het aanwezige publiek bij een evenement; ook: openbaar
zelfstandig naamwoord / bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈvoːrstɛlɪŋ/
een uitvoering voor een publiek, zoals een toneelstuk, concert of show
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈdirɛktøːr/
de leidinggevende van een bedrijf, instelling of organisatie
zelfstandig naamwoord
Examples
/duk/
Een stuk textiel of weefsel; ook: filmscherm
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈfoːtɔxraːfi/
de kunst en techniek van het maken van foto's
zelfstandig naamwoord
Examples