een juridisch opgeleide persoon die cliënten bijstaat in rechtszaken en juridisch advies geeft
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze nam een advocaat in de arm voor haar echtscheiding.
• De advocaat pleitte voor zijn client voor de rechtbank.
een door de overheid vastgestelde rechtsregel
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De wet verbiedt dit gedrag.
• Er is een nieuwe wet aangenomen door het parlement.
een instelling waar rechtsgedingen worden behandeld
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De zaak werd behandeld door de rechtbank.
• Ze stond voor de rechtbank wegens diefstal.
iemand die bij een rechtbank zaken beoordeelt en vonnissen uitspreekt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De rechter veroordeelde de verdachte tot drie jaar gevangenisstraf.
• Ze werkte twintig jaar als rechter bij de rechtbank van Amsterdam.
het geluid dat geproduceerd wordt door de stembanden bij spreken of zingen; ook het uitbrengen van een keuze
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze heeft een mooie stem.
• Ik breng mijn stem uit bij de verkiezingen.
een formele stemming waarbij mensen kiezen tussen kandidaten of opties
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De verkiezing voor het parlement vindt elke vier jaar plaats.
• Ze won de verkiezing met een grote meerderheid.
de fundamentele wet van een staat, die de basisrechten en staatsinrichting vastlegt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De grondwet garandeert vrijheid van meningsuiting.
• De rechten van burgers staan in de grondwet.
een inwoner van een stad of land met bepaalde rechten en plichten; ook: een hamburger
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Elke burger heeft recht op onderwijs.
• Hij at een burger met friet.
de wetgevende vergadering van een land
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De wet werd aangenomen door het parlement.
• Ze is lid van het parlement.
een formele overeenkomst tussen landen of partijen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De twee landen sloten een handelsverdrag.
• Het verdrag van Versailles beëindigde de Eerste Wereldoorlog.
een geheel van maatregelen en regels dat een organisatie of overheid hanteert om doelen te bereiken
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De gemeente voert een streng parkeerbeleid.
• Het bedrijf heeft zijn personeelsbeleid herzien.
Een bestuursvorm waarbij de macht bij het volk ligt.
noun
Examples:
• In een democratie heeft iedereen het recht om te stemmen.
• De principes van democratie worden wereldwijd gewaardeerd.
het geheel van wetten dat door een wetgevend orgaan is vastgesteld; ook: het proces van wetten maken
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De nieuwe wetgeving treedt volgende maand in werking.
• Ze pleit voor strengere milieuwetgeving.
Een groep personen die een oordeel velt, bij rechtszaken of wedstrijden
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De jury beoordeelde de inzendingen van de kunstwedstrijd.
• De jury sprak de verdachte vrij.
de officiële uitspraak van een rechter of rechtbank over de schuld of onschuld van een verdachte en de op te leggen straf
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De rechtbank sprak een vonnis uit van vijf jaar gevangenisstraf.
• Het vonnis van de rechter werd door beide partijen aanvaard.
iemand die iets met eigen ogen heeft gezien of meemaakte; ook: een getuige in een rechtszaak
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Zij was getuige van het ongeluk.
• De getuige legde een verklaring af.
een officieel voorstel of goedgekeurde wijziging van een wet, verdrag of grondwet
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Het parlement stemde voor het amendement op de nieuwe belastingwet.
• Het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet beschermt de vrijheid van meningsuiting.
het geheel van regels en voorschriften die door een overheid of instantie zijn vastgesteld om bepaalde activiteiten te sturen of te beheersen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De nieuwe regelgeving verplicht bedrijven om hun uitstoot te verminderen.
• Ondernemers klagen regelmatig over de hoeveelheid regelgeving waaraan ze moeten voldoen.
Een wetgevende vergadering; ook de Eerste Kamer in Nederland
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De senaat debatteerde over de nieuwe wet.
• De Amerikaanse senaat heeft honderd leden.
het hoofd van een provincie, staat of kolonie
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De gouverneur van de provincie opende de vergadering.
• De gouverneur van de staat tekende de wet.