een vraaggesprek, vaak gepubliceerd in de media
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze gaf een interview aan een krant.
• Het interview duurde een uur.
Curriculum Vitae; een overzicht van iemands opleiding en werkervaring
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze stuurde haar cv naar het bedrijf.
• Hij was indruk gemaakt door haar uitgebreide cv.
iemand die meedingt naar een functie, prijs of verkiezing
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Er zijn drie kandidaten voor de functie.
• Zij is kandidaat voor de gemeenteraad.
een persoon of organisatie die mensen in dienst neemt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De werkgever bood een goed salaris aan.
• Ze heeft een geweldige werkgever die haar steunt.
een certificaat, diploma of bewijs van bekwaamheid dat iemand geschikt maakt voor een baan of taak
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Voor deze functie heb je minimaal een hbo-kwalificatie nodig.
• Ze vermeldde al haar kwalificaties op het cv.
kennis of vaardigheid opgedaan door het meemaken van iets
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze heeft tien jaar ervaring in het onderwijs.
• Dit is een onvergetelijke ervaring.
een persoon of brief die de kwaliteiten van een sollicitant bevestigt bij een potentiële werkgever
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De werkgever vroeg om drie referenties van vorige werkgevers.
• Je kunt mijn manager opgeven als referentie.
een aangeleerd vermogen om iets goed te kunnen doen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Communicatie is een belangrijke vaardigheid voor elke functie.
• Ze heeft de vaardigheid om snel nieuwe programmeertalen te leren.
Een gunstige omstandigheid of eigenschap die iemand in een betere positie brengt.
noun
Examples:
• Het voordeel van vroeg opstaan is dat je meer van de dag hebt.
• Hij maakte gebruik van zijn strategische voordeel tijdens het spel.
een schriftelijke overeenkomst tussen twee of meer partijen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze tekende een nieuw contract bij haar werkgever.
• Het contract loopt af in december.
iemand in dienst nemen voor betaald werk
werkwoord
Examples:
• Het bedrijf wil vijf nieuwe medewerkers inhuren voor het project.
• Ze werd ingehuurd als consultant voor drie maanden.
het formele proces waarbij iemand zich aanmeldt voor een vacature bij een werkgever
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij stuurde zijn sollicitatie met een motivatiebrief en cv op.
• De sollicitatie voor de marketingfunctie verliep heel goed.
iemand die namens een bedrijf nieuwe medewerkers zoekt en selecteert
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De recruiter belde haar op na het bekijken van haar LinkedIn-profiel.
• Via een recruiter vond hij snel een nieuwe baan in de it-sector.
de plaats of stand die iemand of iets inneemt; ook: een functie of rang
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij bekleedt een hoge positie binnen het bedrijf.
• De positie van de planeten aan de hemel verandert elke nacht.
met iemand overleggen om tot een overeenkomst te komen over voorwaarden zoals salaris of prijs
werkwoord
Examples:
• Ze onderhandelde succesvol over een hoger startsalaris.
• Bij een sollicitatie is het normaal om over de arbeidsvoorwaarden te onderhandelen.
een verzameling van iemands werk of projecten die zijn kwaliteiten en ervaring tonen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De grafisch ontwerper stuurde zijn online portfolio mee met de sollicitatie.
• Een sterk portfolio is belangrijk voor creatieve beroepen.
een tijdelijke werkervaring bij een bedrijf of instelling als onderdeel van een opleiding
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij loopt stage bij een reclamebureau.
• De stage duurt zes maanden en is betaald.
zelfstandig werkend zonder vaste aanstelling bij één werkgever
bijvoeglijk naamwoord
Examples:
• Hij werkt als freelance journalist voor verschillende kranten.
• Steeds meer mensen kiezen voor een freelance carrière vanwege de flexibiliteit.
ver weg gelegen en moeilijk bereikbaar
bijvoeglijk naamwoord
Examples:
• Het dorpje ligt zo afgelegen dat er nauwelijks internet beschikbaar is.
• Ze werkten vanuit een afgelegen bergkabine.
een reactie of beoordeling die iemand geeft op het werk of gedrag van een ander
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De manager gaf constructieve feedback na de presentatie.
• Het is belangrijk om open te staan voor feedback van collega's.