een verzameling van webpagina's op het internet onder één domeinnaam
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Bezoek onze website voor meer informatie.
• De website is gisteren gelanceerd.
een softwareprogramma waarmee je websites op het internet kunt bezoeken
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Open een browser en typ het webadres in de adresbalk.
• Welke browser gebruik jij: Chrome, Firefox of Safari?
een geheime reeks tekens die toegang geeft tot een systeem of account
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Vergeet niet je wachtwoord regelmatig te wijzigen.
• Ze had haar wachtwoord opgeschreven op een briefje.
Gegevens van het internet naar een apparaat kopiëren
werkwoord
Examples:
• Je kunt de app downloaden in de app store.
• Ze downloadden de film voor de reis.
een bestand van een apparaat naar het internet of een server sturen
werkwoord
Examples:
• Hij wil de foto's uploaden naar zijn cloudopslag.
• Het duurt lang om een video van hoge kwaliteit te uploaden.
het continu afspelen van audio of video via het internet zonder het bestand eerst volledig te downloaden
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Dankzij streaming hoef je geen films meer te downloaden.
• Ze kijkt elke avond series via een streamingdienst.
een officiële of informele kennisgeving of aankondiging van iets
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij deed melding van de diefstal bij de politie.
• Ze ontving een melding op haar telefoon.
een vaste reeks stappen die een computer volgt om een probleem op te lossen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Het algoritme bepaalt welke berichten je als eerste ziet.
• Zoekmachines gebruiken complexe algoritmen om resultaten te rangschikken.
een opgeslagen link naar een website in een browser waarmee je de pagina snel kunt terugvinden
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ik heb de website als boekenlegger opgeslagen zodat ik hem later kan lezen.
• Zijn boekenleggers staan georganiseerd in mappen per onderwerp.
een woord of zin voorafgegaan door het hekje (#) waarmee inhoud op sociale media wordt getagd
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze gebruikte de hashtag #zomer om haar vakantiefoto's vindbaar te maken.
• De hashtag ging viraal na het nieuws over het evenement.
een beschrijving van de kenmerken van een persoon of zaak; ook: een aanzicht van opzij
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Vul je profiel in op de website.
• Het portret laat hem in profiel zien.
een online dagboek of website met regelmatig bijgewerkte berichten
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze schrijft een blog over reizen.
• Het bedrijf heeft een populaire blog.
een audioprogramma dat online beschikbaar is om te streamen of te downloaden
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Hij luistert elke ochtend naar een podcast over geschiedenis.
• Ze heeft haar eigen podcast gelanceerd over persoonlijke financiën.
een massa waterdruppels of ijskristallen die zichtbaar in de lucht hangt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Er dreven witte wolken langs de blauwe lucht.
• De donkere wolken kondigden een naderende bui aan.
online infrastructuur voor het opslaan en verwerken van gegevens via het internet
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Al mijn foto's worden automatisch opgeslagen in de wolk.
• Het bedrijf heeft zijn servers verplaatst naar de wolk om kosten te besparen.
draadloze internetverbinding via radiosignalen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Is er wifi beschikbaar in dit café?
• De wifi is te langzaam om een film te streamen.
een beveiligingssysteem dat het inkomende en uitgaande netwerkverkeer bewaakt en filtert
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De firewall blokkeerde de verdachte verbinding automatisch.
• Je moet de firewall correct instellen om je netwerk te beschermen.
het proces waarbij gegevens worden omgezet in een onleesbaar formaat om onbevoegde toegang te voorkomen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• End-to-end versleuteling zorgt ervoor dat alleen de ontvanger het bericht kan lezen.
• De versleuteling van gevoelige klantgegevens is wettelijk verplicht.
Een gestructureerde verzameling van gegevens
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze sloeg alle klantgegevens op in een database.
• De database is beveiligd met een wachtwoord.
de hoeveelheid data die per seconde via een internetverbinding kan worden overgedragen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De bandbreedte van onze verbinding is te laag om video's in hoge kwaliteit te streamen.
• Het bedrijf heeft de bandbreedte uitgebreid om meer gebruikers tegelijk te kunnen bedienen.
een klein, plat en knapperig gebakje gemaakt van bloem, suiker en boter
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze bakte chocoladekoekjes voor de verjaardag van haar dochter.
• Bij de thee nam hij een koekje uit de trommel.