Nutrition and healthy eating words
20 wordsDutch (Netherlands)

/ˈxeːzɔnt/
in een goede lichamelijke of geestelijke toestand; niet ziek
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˌbioːˈloːɣis/
geteeld of geproduceerd zonder gebruik van kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/vɛrs/
Recent geproduceerd, niet oud; ook: een strofe in een gedicht
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˌɪŋəˈvroːrə(n)/
bewaard door bevriezing, zoals voedsel dat op lage temperatuur wordt opgeslagen
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˌɪŋəˈblɪkt/
verpakt en bewaard in een gesloten blik of blikje
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/diˈeːt/
specifiek eetpatroon dat iemand volgt om gezondheids- of gewichtsdoelen te bereiken
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈvudɪŋ/
voedsel dat men eet voor gezondheid en energie; ook de voeding van elektrische apparaten
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈveːzəl/
plantaardig bestanddeel in voeding dat de spijsvertering bevordert
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈɛi̯ʋɪt/
voedingsstof die opgebouwd is uit aminozuren en essentieel is voor spieropbouw en herstel
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˌviːtaːˈmiːnə/
organische stof die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft voor een goede gezondheid
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˌkaːloːˈriː/
eenheid die de hoeveelheid energie in voedsel aangeeft
zelfstandig naamwoord
Examples
/ɣraːn/
zaadgewas zoals tarwe, rogge of haver dat als basisvoedsel wordt gebruikt
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈmaːɣər/
weinig of geen vet bevattend, zoals vlees of zuivel
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/frœyt/
de eetbare, zoete vruchten van planten
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈɣrutə(n)/
eetbare planten of plantendelen die als voedsel worden gebruikt
zelfstandig naamwoord
Examples
/saːˈlaːdə/
gerecht van rauwe of gekookte groenten, vaak met een dressing
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈpɔr.tsi/
de hoeveelheid eten die aan één persoon wordt geserveerd
zelfstandig naamwoord
Examples
/heːl/
bijwoord dat een hoge mate aanduidt, of bijvoeglijk naamwoord dat volledigheid aanduidt
bijwoord
Examples
/ˈnaːtyːrlɛik/
bijwoord dat vanzelfsprekendheid benadrukt, of bijvoeglijk naamwoord dat iets uit de natuur aanduidt
bijwoord
Examples
/ˈbaːlɑns/
een evenwichtige verdeling of toestand; ook een financieel overzicht van activa en passiva
zelfstandig naamwoord
Examples