Polidict Logo
Open appSign in

Stay in touch

Get product updates and new feature notes.

Enter your email
Subscribe

Contact Us

Report issues or make a request by email support@polidict.com

Pages

HomeAbout UsBlogPricingRoadmap

Collections

English WordsSpanish WordsUkrainian WordsPolish WordsFrench WordsGerman WordsItalian WordsKorean WordsJapanese WordsSwedish WordsArabic WordsDutch WordsChinese Words

Follow Us

XThreadsMastodonBlueskyLinkedIn

Site Language & Theme

en
System

Made by Maksym Solomkin, © 2026

🇺🇦 Stand with Ukraine
Privacy PolicyTerms of Service
  1. Collections
  2. Everyday
  3. Jobs and Professions

Jobs and Professions

Common jobs and career titles

Basic
Everyday
dokter
/ˈdɔktər/

een arts of geneeskundige die zieken onderzoekt en behandelt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze ging naar de dokter voor haar hoofdpijn.

• De dokter schreef een recept voor haar uit.

advocaat
/ˈɑdvoːkaːt/

een juridisch opgeleide persoon die cliënten bijstaat in rechtszaken en juridisch advies geeft

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze nam een advocaat in de arm voor haar echtscheiding.

• De advocaat pleitte voor zijn client voor de rechtbank.

ingenieur
/ˌɪŋʒəˈnjøːr/

iemand die technische systemen, machines of bouwwerken ontwerpt en ontwikkelt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De ingenieur ontwierp een brug die bestand is tegen zware stormen.

• Ze studeerde werktuigbouwkunde om ingenieur te worden.

chef-kok
/ˌʃɛfˈkɔk/

de hoofdkok in een restaurant die verantwoordelijk is voor de keuken en het menu

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De chef-kok van dit restaurant heeft een Michelinster gewonnen.

• Ze werkte tien jaar in een bistro voordat ze chef-kok werd.

loodgieter
/ˈloːtˌɣitər/

een vakman die water- en gasleidingen installeert en repareert

zelfstandig naamwoord

Examples:

• We belden de loodgieter omdat de kraan bleef lekken.

• De loodgieter repareerde de kapotte leiding onder de gootsteen.

elektricien
/eːˌlɛktrɪˈsiːn/

een vakman die elektrische installaties aanlegt, onderhoudt en repareert

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De elektricien legde nieuwe bedrading aan in het gerenoveerde huis.

• We lieten een elektricien komen om de storing in de meterkast te verhelpen.

architect
/ˈɑrxitəkt/

iemand die gebouwen ontwerpt en toeziet op de bouw ervan

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De architect ontwierp een modern kantoorgebouw.

• Hij studeerde acht jaar om architect te worden.

journalist
/ˈjʌurnaːlɪst/

iemand die nieuws verzamelt en verspreidt via media

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De journalist deed verslag van de gebeurtenis.

• Ze is journalist voor een landelijke krant.

piloot
/piˈloːt/

een persoon die een vliegtuig bestuurt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De piloot landde het vliegtuig veilig.

• Ze droomde ervan om piloot te worden.

accountant
/əˈkaʊntənt/

een professional die financiële administratie bijhoudt, boekhouding verzorgt en belastingaangiften opstelt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De accountant controleerde de jaarrekening van het bedrijf.

• Ze schakelde een accountant in om haar belastingaangifte te regelen.

tandarts
/ˈtɑndˌɑrts/

een arts die gespecialiseerd is in de gezondheid en behandeling van tanden en kiezen

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze ging twee keer per jaar naar de tandarts voor een controle.

• De tandarts trok de kies die al weken pijn deed.

monteur
/mɔnˈtøːr/

een vakman die voertuigen of machines repareert en onderhoudt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De monteur ontdekte dat de remmen van de auto vervangen moesten worden.

• Hij liet zijn auto bij de monteur brengen voor een beurt.

timmerman
/ˈtɪmərˌmɑn/

een vakman die meubels, gebouwen of andere constructies maakt en repareert van hout

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De timmerman bouwde een houten terras achter het huis.

• Ze vroeg een timmerman om nieuwe kasten in de keuken te maken.

apotheker
/aːˈpoːtəkər/

een zorgprofessional die medicijnen verstrekt, adviseert over geneesmiddelen en recepten afhandelt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De apotheker legde uit hoe en wanneer ze de tabletten moest innemen.

• Hij ging naar de apotheker om het recept van zijn huisarts in te leveren.

bibliothecaris
/ˌbiːblijoːˈteːkɑrɪs/

een professional die werkt in een bibliotheek en zorgt voor de collectie en dienstverlening aan bezoekers

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De bibliothecaris hielp haar een boek vinden over de Tweede Wereldoorlog.

• De bibliothecaris organiseerde een leesclub voor kinderen in de buurt.

fotograaf
/ˈfoːtɔxraːf/

iemand die beroepsmatig of als hobby foto's maakt

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze is een professioneel fotograaf.

• De fotograaf legde het moment vast.

dierenarts
/ˈdiːrənˌɑrts/

een arts die gespecialiseerd is in de gezondheidszorg en behandeling van dieren

zelfstandig naamwoord

Examples:

• Ze bracht de zieke kat naar de dierenarts voor een onderzoek.

• De dierenarts gaf het puppyeen vaccinatie en een vlooienbehandeling.

wetenschapper
/ˈveːtənsxɑpər/

iemand die wetenschappelijk onderzoek doet

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De wetenschapper deed jarenlang onderzoek naar het virus.

• Ze is een erkende wetenschapper op het gebied van klimaat.

chirurg
/ʃiˈryrx/

een arts die gespecialiseerd is in het uitvoeren van operaties op het menselijk lichaam

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De chirurg opereerde de patiënt succesvol aan het hart.

• Ze studeerde twaalf jaar om chirurg te worden.

vertaler
/vərˈtaːlər/

iemand die geschreven teksten van de ene taal naar de andere omzet

zelfstandig naamwoord

Examples:

• De vertaler werkte aan een roman die van het Spaans naar het Nederlands werd vertaald.

• Ze is een professionele vertaler die gespecialiseerd is in juridische documenten.