een arts of geneeskundige die zieken onderzoekt en behandelt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze ging naar de dokter voor haar hoofdpijn.
• De dokter schreef een recept voor haar uit.
een juridisch opgeleide persoon die cliënten bijstaat in rechtszaken en juridisch advies geeft
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze nam een advocaat in de arm voor haar echtscheiding.
• De advocaat pleitte voor zijn client voor de rechtbank.
iemand die technische systemen, machines of bouwwerken ontwerpt en ontwikkelt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De ingenieur ontwierp een brug die bestand is tegen zware stormen.
• Ze studeerde werktuigbouwkunde om ingenieur te worden.
de hoofdkok in een restaurant die verantwoordelijk is voor de keuken en het menu
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De chef-kok van dit restaurant heeft een Michelinster gewonnen.
• Ze werkte tien jaar in een bistro voordat ze chef-kok werd.
een vakman die water- en gasleidingen installeert en repareert
zelfstandig naamwoord
Examples:
• We belden de loodgieter omdat de kraan bleef lekken.
• De loodgieter repareerde de kapotte leiding onder de gootsteen.
een vakman die elektrische installaties aanlegt, onderhoudt en repareert
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De elektricien legde nieuwe bedrading aan in het gerenoveerde huis.
• We lieten een elektricien komen om de storing in de meterkast te verhelpen.
iemand die gebouwen ontwerpt en toeziet op de bouw ervan
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De architect ontwierp een modern kantoorgebouw.
• Hij studeerde acht jaar om architect te worden.
iemand die nieuws verzamelt en verspreidt via media
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De journalist deed verslag van de gebeurtenis.
• Ze is journalist voor een landelijke krant.
een persoon die een vliegtuig bestuurt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De piloot landde het vliegtuig veilig.
• Ze droomde ervan om piloot te worden.
een professional die financiële administratie bijhoudt, boekhouding verzorgt en belastingaangiften opstelt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De accountant controleerde de jaarrekening van het bedrijf.
• Ze schakelde een accountant in om haar belastingaangifte te regelen.
een arts die gespecialiseerd is in de gezondheid en behandeling van tanden en kiezen
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze ging twee keer per jaar naar de tandarts voor een controle.
• De tandarts trok de kies die al weken pijn deed.
een vakman die voertuigen of machines repareert en onderhoudt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De monteur ontdekte dat de remmen van de auto vervangen moesten worden.
• Hij liet zijn auto bij de monteur brengen voor een beurt.
een vakman die meubels, gebouwen of andere constructies maakt en repareert van hout
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De timmerman bouwde een houten terras achter het huis.
• Ze vroeg een timmerman om nieuwe kasten in de keuken te maken.
een zorgprofessional die medicijnen verstrekt, adviseert over geneesmiddelen en recepten afhandelt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De apotheker legde uit hoe en wanneer ze de tabletten moest innemen.
• Hij ging naar de apotheker om het recept van zijn huisarts in te leveren.
een professional die werkt in een bibliotheek en zorgt voor de collectie en dienstverlening aan bezoekers
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De bibliothecaris hielp haar een boek vinden over de Tweede Wereldoorlog.
• De bibliothecaris organiseerde een leesclub voor kinderen in de buurt.
iemand die beroepsmatig of als hobby foto's maakt
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze is een professioneel fotograaf.
• De fotograaf legde het moment vast.
een arts die gespecialiseerd is in de gezondheidszorg en behandeling van dieren
zelfstandig naamwoord
Examples:
• Ze bracht de zieke kat naar de dierenarts voor een onderzoek.
• De dierenarts gaf het puppyeen vaccinatie en een vlooienbehandeling.
iemand die wetenschappelijk onderzoek doet
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De wetenschapper deed jarenlang onderzoek naar het virus.
• Ze is een erkende wetenschapper op het gebied van klimaat.
een arts die gespecialiseerd is in het uitvoeren van operaties op het menselijk lichaam
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De chirurg opereerde de patiënt succesvol aan het hart.
• Ze studeerde twaalf jaar om chirurg te worden.
iemand die geschreven teksten van de ene taal naar de andere omzet
zelfstandig naamwoord
Examples:
• De vertaler werkte aan een roman die van het Spaans naar het Nederlands werd vertaald.
• Ze is een professionele vertaler die gespecialiseerd is in juridische documenten.