Words to describe how you feel
20 wordsDutch (Netherlands)

/ˈxeːlʏkɪx/
een gevoel van vreugde en tevredenheid ervarend; ook: gelukkigerwijs
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈvɛrdritɪx/
een gevoel van droefheid of treurigheid; bedroefd
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/boːs/
in een toestand van woede of ergernis
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/bɑŋ/
het gevoel van angst of vrees voor iets of iemand
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/muː/
vermoeid; gebrek aan energie na inspanning of slaapgebrek
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˌɔpɣəˈʋɔndə(n)/
een gevoel van enthousiaste verwachting of opwinding over iets
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/fərˈveːlt/
een gevoel van verveling doordat er niets interessants te doen is
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈzeːnʏˌwɑxtəx/
een gevoel van onrust of bezorgdheid, vaak voor een spannende of onzekere situatie
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈvɛrɑst/
getroffen door iets onverwachts; vol verbazing
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/trɔts/
het gevoel van voldoening over eigen prestaties of die van anderen; ook: hoogmoedig
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈjaːlurs/
afgunstig, verlangend naar wat een ander heeft
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈeːnzaːm/
een gevoel van alleen zijn of het missen van gezelschap en verbinding
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈdɑŋkbaːr/
erkentelijk voor ontvangen hulp of gunsten; gevoel van dankbaarheid koesterend
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/fərˈʋɑrt/
een gevoel van verwarring doordat iets onduidelijk of moeilijk te begrijpen is
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/bəˈsxaːmt/
een gevoel van schaamte of verlegenheid hebben door iets dat je hebt gedaan of gezegd
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/kɑlm/
rustig en niet gespannen of angstig
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈbeːzɔrxt/
gevoel van ongerustheid of zorg over iets of iemand
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ɣəˌfrʏsˈtreːrt/
geërgerd of ontmoedigd omdat iets niet lukt of niet gaat zoals gewenst
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈhoːpˌvɔl/
vol verwachting dat iets goeds zal gebeuren
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈvroːlɛik/
blij, opgewekt en in een goede stemming; uitend vreugde
bijvoeglijk naamwoord
Examples