Environmental and climate vocabulary
20 wordsDutch (Netherlands)

/ˈklimaːt/
de gemiddelde weersomstandigheden in een bepaald gebied over een langere periode
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈmiliyː/
de natuurlijke omgeving; ook: het sociale milieu
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈnaːtyːr/
de wereld van planten, dieren, landschappen en andere verschijnselen die niet door mensen gemaakt zijn
zelfstandig naamwoord
Examples
/lʏxt/
het gasmengsel dat de aarde omhult; ook: de zichtbare hemel
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈʋaːtər/
een kleurloze, reukloze vloeistof die essentieel is voor alle levende organismen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈboːdəm/
de onderste laag van de aarde, of het laagste deel van een ruimte
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈeːnɛrxi/
het vermogen om arbeid te verrichten; ook: vitaliteit
zelfstandig naamwoord
Examples
/ʋɪnt/
bewegende lucht in de atmosfeer
zelfstandig naamwoord
Examples
/zɔn/
de ster in het middelpunt van ons zonnestelsel
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈtɛmpeːraːtyːr/
de mate van warmte of koude, uitgedrukt in graden
zelfstandig naamwoord
Examples
/stɔrm/
een hevige periode van wind en regen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˌoːvərˈstroːmɪŋ/
het onderlopen van normaal droog land door een overvloed aan water
zelfstandig naamwoord
Examples
/brɑnt/
een ongecontroleerd vuur dat schade veroorzaakt; ook: het element vuur
zelfstandig naamwoord
Examples
/rɑmp/
een grote calamiteit of noodlottige gebeurtenis die veel schade of slachtoffers veroorzaakt
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈxeːvaːr/
een situatie of omstandigheid die schade, letsel of verlies kan veroorzaken
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈbɛdrɛixt/
in gevaar gebracht of met uitsterving bedreigd, vaak gezegd van diersoorten
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈbeːsxərmt/
beveiligd of onder bescherming gesteld, zodat schade of bedreiging wordt voorkomen
bijvoeglijk naamwoord
Examples
/ˈdroːxtə/
een langdurige periode met abnormaal weinig neerslag, waardoor watertekort ontstaat
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈdyːrzaːmhɛɪt/
het vermogen om aan de behoeften van het heden te voldoen zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties in gevaar te brengen
zelfstandig naamwoord
Examples
/ˈbrɑndstɔf/
een stof die verbrand wordt om energie op te wekken, zoals benzine, diesel of gas
zelfstandig naamwoord
Examples